Hoera, de robots komen!

Bijgewerkt op: 12 nov. 2018


Gaan robots onze banen inpikken? // Volgens een nieuw rapport niet // Daar zijn Nederlanders te innovatief voor


Robots komen onze banen inpikken. Dat is de angst die bij sommige mensen heerst, nu de discussie over robotisering volop gaande is. Maar de komst van de robots is juist voor Nederlanders lang zo slecht niet, stelt ING in een rapport dat eerder deze week uitkwam.


Hoe ging de discussie ook alweer? Eind 2013 kwamen economen van Oxford University met een onderzoek met als conclusie dat binnen twintig jaar zo’n 47 procent van de banen niet meer zal bestaan doordat mensen vervangen kunnen worden door computers. Ze worden ‘weggerobotiseerd’.


Overdreven pessimistisch, stelt ING. In hun rapport legt de bank vast wat de invloed van de komst van robots in Nederland zal zijn. „We willen dat mensen nadenken over toekomstige banen, zodat ze niet ineens werkloos worden”, zegt Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING en schrijfster van het rapport. Volgens het rapport zou de robotisering juist in Nederland heel gunstig uit kunnen pakken. Waarom?


Er komen nieuwe banen voor in de plaats. Dat blijkt ook uit het verleden. De datatypiste, mandenmaker en de koetsier zijn vervangen door een secretaresse, fabrieksmedewerker en vrachtwagenchauffeur. Wellicht loopt er in de toekomst een gastvrouw in de supermarkt in plaats van de caissière.


De productiviteit van Nederland neemt toe dankzij robots. Als de Nederlandse economie wil groeien zouden Nederlanders gemiddeld meer uren moeten gaan werken, stelde de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) vorige week. Dat dit gaat gebeuren is onwaarschijnlijk door bijvoorbeeld het groeiend aantal gepensioneerden. Maar met robots kan Nederland het groeitempo toch op peil houden.


Exportproducten kunnen concurrerend blijven door lage loonkosten. Een robot krijgt geen salaris. Omdat Nederland gericht is op export en een redelijk hoog loonniveau heeft, zullen we met lagere loonkosten een nog betere concurrentiepositie krijgen wat betreft exportproducten. Een voorbeeld: in 2012 stopte Mitsubishi met de autoproductie in Nederland, omdat het te duur werd. Maar dezelfde autoproducent VDL Nedcar, gaat dit jaar beginnen met de productie van Mini’s met behulp van robots én mensen.


Nederlanders zijn gek op nieuwe technologie. Zo hebben Nederlandse huishoudens vergeleken met andere landen vaker een breedband internetaansluiting. Daarnaast horen de Nederlandse grote multinationals bij de wereldleiders op het gebied van innovatie, dit zie je bijvoorbeeld aan de vele patentaanvragen. Volgens de OESO heeft Nederland om die reden een goede positie om gebruik te maken van de robotisering: met een snelle opname van nieuwe technologieën door de bevolking en een bedrijfsleven dat goed in staat is tot innoveren.


Maar hoe komt het dat ING het toekomstscenario zo anders inschat dan de economen van Oxford? De Britten verwachten dat de komst van nieuwe banen door de ‘robotisering’ niet snel genoeg zal meegroeien met de verdwijning van banen. Blom van ING ziet dat anders: „De robotisering kan dit keer sneller gaan dan vroeger, maar de komst van nieuwe banen zal naar mijn verwachting net zo hard mee groeien.’’