Locked down in Spanje. Inpakdienst.


Laatst ontvingen Lisa en ik een radeloos berichtje. 'Kunnen jullie mij alsjeblieft helpen?', was de strekking. De afzender was Silke, een Nederlandse studente die in januari voor haar studie architectuur in Valencia was komen wonen. Toen de coronacrisis hier in maart escaleerde, stapte ze op een van de laatste vluchten naar Nederland. Over twee weken, als alles weer normaal is, ga ik weer terug naar Valencia, dacht ze. Tja. Twee maanden later zat ze nog in Nederland en zocht ze iemand om haar Spaanse kamer uit te ruimen en haar resterende spullen op te sturen. Daarna zou ze de huur opzeggen.


Gelukkig trof ze Lisa en mij. Of nou ja, Lisa. Die is in de wieg gelegd voor organisatorische opruimklussen. 's Ochtends vertrekt ze naar de studentenwoning om daar al facetimend met Silke de kamer uit te ruimen. Ik arriveer een paar uur later. Als ik de zware voordeur open, loop ik gelijk de gemeenschappelijke keuken in. Die is donker. Het aanrecht is bedekt met vieze vaat, de prullenbak is overvol en het ruikt er zoetig en kruidig. Een Spaans meisje komt in bh en legging een kamer uit sloffen op weg naar de koelkast. "Oh, hallo! Kom je ook voor Silke haar kamer? Ja, we woonden eerst met acht, maar iedereen vertrok door corona. Alleen mijn vriend en ik bleven over."


In Silkes spierwitte Ikea-kamer tref ik Lisa met twee tassen en een koffer. In de koffer zitten perfecte, kreukloze kledingrolletjes. "Klaar!", zegt ze. Bepakt en bezakt trekken we de deur achter ons dicht. Lopend langs de volle terrassen hebben we het erover. Gek eigenlijk. Iedereen die hier nu zit, woont hier écht. Allemaal hebben ze, net als wij, twee maanden opgesloten gezeten. Er zijn geen toeristen, amper nog internationale studenten en vrijwel geen expats.


In juli gaan de Spaanse grenzen weer open en komt het toerisme hopelijk weer wat op gang. Tot die tijd zijn wij bevoorrecht met een gouden ticket voor een Valencia met enkel locals, open tapas-terrassen en de Middellandse zee om de hoek. Spaanser dan dit krijgen we het niet.