Schrijver Bies van Ede schreef misschien wel z’n laatste boek



Verraad met Sinterklaas, het nieuwste Young Adult-boek van liedjes-, scenario-, gedichten- én voornamelijk toch wel kinderboekenschrijver Bies van Ede is net uit. Misschien is het wel z’n laatste boek. Tijd voor anderen, vindt de Haarlemmer die al 157 boeken op zijn naam heeft. Of was het nou 156? 158? Hij is de tel kwijt.


Het is woensdagavond acht uur. Stipt op de afgesproken tijd van het interview zit Van Ede al klaar aan de bar van Café ’t Kantoortje. Hij ouwehoert wat met de eigenaar, duidelijk een bekende. Vroeger kwam hij hier bijna dagelijks. Van Ede is een fervent borrelaar. Na het werken, rond een uur of 5, kijkt hij uit naar de kroeg. Even een biertje. Of - als het weekend is - een paar biertjes. Vroeger tikte hij er regelmatig de late uurtjes aan. Nu redt hij dat niet meer. Als hij op donderdag of vrijdag met zijn vrouw Conny de kroeg induikt, moeten ze rond een uur of acht alweer aftaaien. Om vervolgens om negen uur thuis op de bank in slaap te vallen.


Van Ede schrijft veel kinderboeken, maar maakt zo nu en dan een uitstapje naar boeken voor (jong)volwassenen. De verzetsroman Verraad met Sinterklaas is er zo-een. Een boek over een onmogelijke vriendschap tussen drie jonge jongens tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gebaseerd op de waargebeurde Sinterklaasrazzia in Haarlem. Op 5 december 1944, Sinterklaasavond, vallen sluwe Duitse soldaten Haarlemse huizen binnen en nemen ze 1300 Haarlemse mannen en jongens mee. Bram, Ad en Dorus zijn onder de achttien en blijven achter in Haarlem. Ze treffen elkaar op de moestuin, waar ze eten zoeken. Ad komt uit een communistisch nest, Bram uit een Jehova-gezin en Dorus' oom is NSB’er. Alle drie de jongens hebben broers die vechten voor een ander front. Een goede voedingsbodem voor nogal wat spanning en conflict.


Je oeuvre bestaat vooral uit kinderboeken. Waarom zo nu en dan ineens een boek voor (jong)volwassenen?

Ik heb uitdaging nodig. Als ik iets te lang doe, snap ik het kunstje en vind ik het saai. Zo ging dat ook met de griezelboeken. Elk griezelboek steekt hetzelfde in elkaar. Dus daar ben ik wel klaar mee. Het idee voor Verraad met Sinterklaas lag al een tijdje op de plank, ik had eens iets over de Sinterklaasrazzia gelezen. Omdat het volgend jaar 75 jaar geleden is dacht ik ‘Goh, laat ik dat boek eens schrijven’. Zo gaat dat. Ondanks dat ik het trucje van historische romans inmiddels ook wel een beetje begin te begrijpen, vind ik het een uitdaging om specifiek over de Tweede Wereldoorlog in Haarlem te schrijven. De mensen die het meemaakten leven nog. Alles moet dus kloppen, als een soort puzzel, tot en met de kleur van de postzegels. Zo niet, dan word ik op de vingers getikt.


Hoe doe je dat, zorgen dat alles klopt?

Lezen, heel veel lezen. Ik las artikelen over opvoeden uit die tijd. Zodat het tijdsbeeld klopt. Internet is wat dat betreft een zegen, daar vind je bijna alles. Verder is een oude schoolvriend van me opgegroeid als Jehova’s getuige. Ik had hem al in geen vijftig jaar gezien, maar gevonden via internet en contact gezocht. Hij leerde me hoe het er ín die gemeenschap aan toeging. Een andere vriend van me komt uit een communistisch gezin, dus die kon daar dan weer veel over vertellen.

Je had het idee voor het boek nog op de plank liggen en dacht ‘goh, laat ik dat eens schrijven’?

Niet echt romantisch he. Dat is het leven van een schrijver ook niet. Tenminste, niet als je ervan moet leven. Het is leuk werk, dat wel. Maar ik schrijf ongeveer zeven boeken per jaar. Dat moet om genoeg geld te verdienen. Nou, ik kan je vertellen, dan kan je niet altijd romantisch op de zolderkamer met een kaarsje aan op inspiratie gaan zitten wachten.


Hoe ziet een werkdag eruit?

Negen uur ga ik m’n bed uit. Trap af. Koffie. Trap op. Computer aan. En lezen wat ik gisteren geschreven heb. Ik sloop de slechte dingen eruit. Daarna ga ik een paar uurtjes vertaalwerk doen. Dan gymmen, vier dagen in de week. Verschrikkelijk. Sporten, ik snap niet dat mensen dat leuk vinden. Maar ja, ik ben vijftien kilo geleden gestopt met roken. Dat moet er weer af, maar lukt maar niet. Na het sporten moeten de boodschappen worden gedaan, het huishouden, en er moet gekookt worden. Mijn vrouw Conny is werkbemiddelaar voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ik heb gezegd: ik ben thuis, dus ik doe alles. Om vijf uur ga ik dan eindelijk naar de kroeg. En ’s avonds van acht tot twaalf weer schrijven.


Sommige mensen zeggen dat de inspiratie komt tijdens het sporten. Bij jou dus niet?

Absoluut niet. Eerder tijdens het douchen. Dan los ik schrijfproblemen op, als ik zo onder dat warme water sta te mijmeren. Je kunt dan ook niks anders. Je bent gewoon met vrij basale dingen bezig: jezelf schoonmaken. Je gedachten kunnen de vrije loop gaan.


Zijn er nog uitdagingen? Dingen die je wil afstrepen van je lijstje?

Qua boeken schrijven? Op dit moment denk ik het niet echt, nee. De financiële noodzaak begint ook te verdwijnen. Ieder normaal mens zou op mijn leeftijd naar z’n pensioen toewerken. Daarbij is de nieuwe generatie volop bezig, dat is mooi. Misschien schrijf ik nog een of twee boeken, maar wellicht was dit m’n laatste.


En dan?

Ik weet niet? Slapen? Het leven van een schrijver is - tenzij je JK Rowling heet - best een vermoeiend bestaan. Ik werk minimaal vijf dagen in de week, maar soms wel zeven. Weet je wat het allerleukste van mijn werk is? Geschreven hebben. Dat gevoel dat iets af is, dat je wat gecreëerd hebt. Dat is geweldig. Stel ik stop met boeken schrijven, dan heb ik meer tijd om liedjes te schrijven. Dat doe ik voor onder andere Het Ampzing Genootschap (band, red.) en Rob de Nijs. Liedjes schrijven is, vind ik, de hoogst haalbare kunst.


Als bijna gepensioneerde schrijver - wat voor tips heb je voor nieuwe schrijvers?

Stop met schrijven als je in een flow zit. Niet als je er even niet uitkomt. Als je op een slecht moment stopt en je dan een dag daarna de computer aanzet, denk je: oh nee, niet dit weer. Verder is het enige dat helpt, lezen. Heel veel lezen. Dan zie je hoe andere schrijvers het doen en denk je: ‘hey wat goed dit’ of ‘hey wat slecht dit’. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden. Het is eigenlijk net als koken. Eerst volg je klakkeloos recepten, daarna weet je hoe je ingrediënten zelf goed met elkaar kan mixen. Daarbij is schrijven ook een kwestie van trainen. Er zit iets van talent of interesse in je, maar als je niet oefent, word je niet beter.


Weet je al van tevoren hoe het boek dat je schrijft gaat lopen? Of vormt dat zich gaandeweg?

De grote lijn weet je vaak wel. Zoals bij Verraad met Sinterklaas wist ik, het begint tijdens de razzia en eindigt op de dag van de bevrijding. Maar de rest vormt zich. Stel het je voor als een schaakpartij. Je doet steeds een zet en daardoor kan je er duizend niet meer doen. Uiteindelijk leidt het spel zichzelf naar een bepaald punt. Soms weet ik even niet meer welke zet te doen. Dan doe ik maar wat en kijk ik wat er gebeurt. Dan kan het spel ineens een hele rare kant opgaan. Gelukkig kan je met schrijven altijd terug.


Stop je veel van jezelf in je boeken en je karakters?

Natuurlijk. Je kunt niet anders dan over jezelf schrijven. Ik ben m’n enige referentiekader, heb geen idee wat een ander voelt als hij of zij z’n kleine teen stoot. Ik ben net als God en al m’n schepsels lijken een beetje op me.


Wil je dat er een moraal in je boeken zit?

Wat? Nee. Natuurlijk niet. Alsjeblieft niet zeg. Wat nou moraal. Voor een boodschap moet je naar de Albert Heijn. Er is denk ik geen enkele schrijver of kinderboekenschrijver die zou zeggen: ja, er moet een moraal in mijn verhalen zitten. Die arme kinderen krijgen toch al de hele godganse dag moralen binnen: het Jeugdjournaal, het Klokhuis, de Taptoe. Ik ben niet voor niets het onderwijs uitgegaan.

Je hebt twee kinderen en inmiddels ook een kleinkind aan Conny’s kant van de familie. Hoe belangrijk vind je het dat zij veel leesten/lezen?

Mijn zoon is nu 23 en mijn dochter 18. Ik heb ze nooit gepushed om veel te gaan lezen. Als de interesse er is komt dat vanzelf wel, en anders niet. Ik lees en las natuurlijk wel altijd voor, dat vind ik geweldig. Vooral mijn dochter had daar oor naar. Daar las ik op een gegeven moment écht goede kinderboeken aan voor: van Paul Biegel en Tonke Dragt.


Las je nooit boeken van jezelf voor?

Nee. Als ik boeken van mijn eigen hand zou moeten kiezen om voor te lezen. Pfoe. Verdwijnkind en mijn Lievelingsdier is gebraden kip. Dat zijn overigens niet de boeken waar ik het meest trots op ben, maar gewoon leuke voorleesboeken.

Stel je stopt straks met werken, waar kijk je dan naar uit?

Het lijkt me heerlijk om niet meer te opdrachten te hóéven aannemen, boeken die af moéten en die aan allerlei eisen - moeilijkheidsgraad, leeftijd, doelgroep aantal pagina's - moeten voldoen. Het lijkt me heerlijk om alleen nog vrij werk te schrijven. Alleen dingen die ik zelf echt wíl maken. Om zonder de stok achter de deur van geld verdienen, te ‘werken’. Leven zonder tijdsdruk. Daar heb ik nou echt zin in.


CV

Bies van Ede werd geboren in Badhoevedorp op 27 april 1957. Naast jeugdliteratuur schreef hij ook televisiescenario's (Onderweg naar Morgen) poëzie en liedteksten. Ook werkt hij als vertaler. Hij woont in Haarlem met zijn vrouw Conny en heeft een zoon, Jeroen, dochter, Loekie en twee stiefkleinkinderen: Johnny en Frankie. In het begin van zijn carrière werkte hij en blauwe maandag als onderwijzer waar hij al snel mee stopte. Toen al wist hij dat hij boeken wilde schrijven. Hij belandde als freelancer bij diverse tijdschriften waaronder de Taptoe en Donald Duck. Later trad hij in dienst als eindredacteur van het Haarlems Dagblad. In 1992 besloot hij z’n vaste werk op te zeggen en voltijd als schrijver aan de slag te gaan. De beste keuze uit zijn leven, vindt hij zelf. Hij maakt deel uit van het Haarlemse Ampzing Genootschap dat op komische wijze strijdt tegen het overbodige Engelse leenwoord. Zijn eigen favoriete boeken zijn De Slinger van Foucault van Umberto Eco en De Uitvreter van Nescio.