Vier weken in Valencia. Inburgeren voor dummies.

Bijgewerkt op: 11 mrt. 2020

“Zouden mensen die ons zien lopen, denken dat we toeristen zijn?”, vroeg Loes laatst toen we al slenterend het centrum doorkruisten. Ik keek omlaag en zag mijn slonzige outfit bestaande uit een joggingbroek en pyjama-trui. De net aangeschafte kaarsen en kleerhangers hielden we in ons blote handen. “Nee, denk het niet”, antwoordde ik.


Anti-toerist.

Na wat gedenk en gepraat concludeerden we: als je een stad een beetje kent omdat je er al eventjes vertoeft, heb je een andere loopstijl dan kersverse toeristen. Godzijdank, want de toeristenlook wil je als toerist al niet, laat staan als je ergens fatsoenlijk probeert in te burgeren. Wat betreft onze Spaanse inburgering hebben Loes en ik goed én slecht nieuws.

Laten we beginnen met het goede nieuws. Op een taalschool leerden Loes en ik de basis van het Español (lees: de basis van de basis). We dronken al meerdere horchatas en agua de valencias en aten al drie keer paella. Ons ‘cena’ (avondeten) eten we nooit vroeger dan 20.00 uur en sinds we hier zijn kijken we enkel nog Spaanse series.


Yogur, manzana y huevos

Verder herkent ons vaste groenteboertje ons al en halen we bij de supermercado geen yoghurt, appels, en eieren, maar yogur, manzanas en huevos. Tot zover de inburger-basis. De kers op de taart wat betreft onze inburgering tot nu toe is toch wel onze Spaanse amigo: Ferran.


Ferran is een geboren en getogen Valenciaan. We (of eigenlijk ik) ‘ken’ hem sinds september 2019. Van Tinder (tja). Op zijn profiel stond: ‘Boy from Valencia living for 5 years in Amsterdam already’. Na ‘hola’ en ‘que tal’ volgde een gesprek in het Engels en al snel bleek dat hij weer terug naar Valencia zou verhuizen. Naar Ruzafa, de wijk waar ook Loes en ik onze casa hadden geregeld.


Ferran ‘boy from Valencia’

Ferran en ik spraken toen af om op Spaanse grond een keer een cerveza te gaan drinken. En zo geschiedde. Na maanden radiostilte spraken we elkaar hier weer en een paar weken terug hielden we met z’n drietjes een verkennende kroegentocht in onze nieuwe ‘barrio’ (wijk): Ruzafa. En nu zijn we dus amigos.


Ik raad iedereen aan die ooit ergens wil inburgeren een eigen Ferran te zoeken. Naast erg gezellig, is hij namelijk ook onze persoonlijke inburger-hulp. Met z’n drietjes hebben we de groepswhatsapp ‘Valenciano locales’ waarin we dagelijks één Spaanse werkwoord delen en zo in ons hoofd prenten. ‘Chicaaaaas verb???’, stuurt Ferran als we er een dag één vergeten te verzinnen.


Claro? Vale.

Verder helpt hij ons met ingewikkelde Spaanse bureaucratische formulieren en brengt hij ons Valenciaanse stopwoorden bij. ‘Claro’ = ‘oké, duidelijk’, zeggen ze hier om de haverklap terwijl ze in de rest van Spanje schijnbaar liever ‘Vale’ = ‘oké’ zeggen. Claro? Claro.


Ook liet Ferran ons de échte Spaanse keuken zien door ons te leren hóé een tortilla (aardappelei) te bereiden. Mocht je, net als ik tot voor kort, altijd in de waan hebben geleefd dat een Spaanse tortilla best gezond is (want ei, aardappels en ui, hoe slecht kan het zijn?): dat is dus niet zo. Het geheim van een tortilla is heel, heel, héél erg veel zonnebloemolie. Het ei en de aardappels zuigen die olie op als een spons. Wat niet echt goed is voor ons cholesterolgehalte, maar het verklaart waarschijnlijk wel waarom een tortilla zo lekker is.


Hablar español

Ondanks onze Spaanse vriend, blijkt een écht Spaans gesprekje voeren met Spanjaarden toch nog best lastig. Gelukkig zijn er trucs. Laatst gingen Loes en ik de stad in met een aantal Spanjaarden wiens Engels niet al te best was. Spaans praten ging toen - na wat cervezas - minder slecht dan verwacht. Wat goed werkt is om in elke zin een typisch Spaanse, of beter nog Valenciaanse, uitspraak te gooien waarvan je al flink op de uitspraak hebt geoefend. ‘Claro, claro, claro, si, claroooooo’ dus bijvoorbeeld. Of een snel en vloeiend ‘Para miiiiii’ alvorens je gebrekkig je mening óf bestelling verkondigt.


Het slechte nieuws.

Op naar het slechte inburger-nieuws. In Nederland riepen we dat we ons eenmaal in Valencia vooral wilden gaan omringen met Spanjaarden. Maar, sommen we nu alle mensen op die we hier hebben leren kennen, dan is dat afgezien van Ferran, een gênant lijstje met veel oer-Hollandse namen. Komt ‘ie.


We kwamen in week 2 in de klas bij een Eva, een Renske, een Juliette en een Mees. We bootcampten in week 3 bij een Daan en een Tim. Belandden in de weken daarna in de klas bij weer een andere Tim, een Tom en ook nóg een Loes (een echte dit keer). We delen onze werkplannen en -struggles zo nu en dan met een Rinze, die in hetzelfde schuitje zit. En we gaan nu werken voor én met een Evelien en een Guusje (heel leuk, kijk maar op www.theorangeguide.nl).


Inburgeren gaat niet vanzelf, zo blijkt maar weer. Jezelf omringen met de mensen die je eigen taal spreken daarentegen, gebeurt voor je er erg in hebt. Enfin, babystapjes. Nu snel even de Spaanse krant lezen, ofzoiets.